VIctor VroomkoningVictor Vroomkoning
  • Biografie
  • Dichtbundels
    • Victor Vroomkoning, Dichter en dichter bij Nijmegen
    • Victor Vroomkoning Tachtig, Zijn mooiste gedichten/ Intiem bestaan, over de poëzie van Victor Vroomkoning
    • Gebroken Wit
    • Zag je onderweg het koren staan?
    • Vrije Val
    • Paren
    • Zo lief soms nog
    • Ommezien
    • Reislust
    • Dodemont
    • Stapelen
    • Het formaat van waterland
    • Bij verstek
    • Verloren spraak
    • IJsbeerbestaan
    • Lippendienst
    • Oud zeer
    • Echo van een echo
    • Klein Museum
    • De laatste dingen
    • De einders tegemoet
  • Bijzondere dingen
    • 2026
      • Lezen in De Bosduivel
      • Poëziemiddag in Boekhandel Roelants
      • Plaatsing van VISIOEN
      • Warme harten
      • Ted Felen en de kunst op Joachim en Anna
      • Expositie Clim van Swelm
      • Mise-en-scènes
    • 2025
      • Boxtel Vooruit! 100 jaar 1925 – 2025
      • Gedichten voor PcN
      • Va muren tot gevels
      • Overdracht in Poëziecentrum Nederland
      • Uitvaart Leo van Voorst
      • De natuurlijke stad
      • Bezoek geboortehuis Herman de Coninck
      • Er hangt iets van lente in de klas…
      • Liber Amicorum Wim van TIL
      • Onthulling ‘Visioen’
      • Labyrith Waalkade
      • Frits Sibille 80 jaar
      • Voordracht in MUBO
      • Een jaar voor de lens
      • Propria Cures
    • 2024
      • Afscheid Jan van de Bovenkamp
      • IK ZIE DE ZEE
      • GELDERLAND, leven & letteren
      •  TUINSCHEURKALENDER 2024
      • Heimwee, het spoor van Victor Vroomkoning
      • Afscheid Boudewijn Overdevest
      • Ode aan de Gelderse Poort
      • Rust, Nieuwsbrief Rustoord
      • Geen dag zonder lijn
      • Vroomkoning, dichter bij Nijmeegse harten
      • Oneindig is het land
      • Tijdcapsule
      • Oussama Diab
      • Gratis Vrijheidsmaaltijd
      • Boxtel tachtig jaar bevrijd!
      • Optreden in Boxtel
      • Begrafenis Cees Buiks
    • 2023
      • Hotel
      • Opening Poëzieplaats De Gruitberg + website
      • Station Nijmegen, na 17 november 1942
      • Naklank: Balboekje
      • In wind en vuur
      • docu Heimwee, het Spoor van Victor Vroomkoning
      • Radboud, Van harte gefeliciteerd!
      • Mei van Gorter in Dat Bolwerck
      • Wij zijn Luigi Coconelli
      • De schaatsers
      • Nijmeegs Luiletterland
      • De verhalen liggen op straat
      • Victor Vroomkoning, De Liefde, O, De Liefde!
    • 2022
      • Natuur
      • Laurens Jz Coster
      • Onthulling literair baken van Titus Brandsma
      • Literaire Bakens Nijmegen, interview
      • Ella van de Laar twee jaar
      • Eenzame uitvaart Rustoord
      • Ruggespraak
      • On my Doorstep
      • Handenvol donker
    • 2021
      • Interview Millingen
      • Daar waar de zee het land kust
      • Onverplicht
      • Literaire wandeling Nijmegen
      • Dichtersavond Millingen
      • Literaire wandeling Boxtel
      • Oorlogsgeweld in Ooijpolder
      • Mijn overbuurvrouw is een meeuw
      • Liber Amicorum Marijke Hanegraaf
      • Mijn favoriete gebouw in Nijmegen
      • Piersonrellen
      • Gabi Rets
    • 2020
      • Onthulling van ‘Oude huizen aan de kade’
      • Poëzieles in Dominicuscollege
      • Langs 6 gedichten op YouTube
      • Virtueel Omhelzen
      • Eén zwaluw maakt geen zomer
      • Bühne Special Noud Bles
      • Levensbericht Wam de Moor
      • Aandenken
      • Mr. Pieter Bocken 90 jaar
      • White Crow
      • Het Nijmegengevoel
      • Poëtische verkenningen
      • Festival Di-Vers 2020
      • 3-Oeverfestival
      • Sneeuw
      • De rug gestrekt tegen het vergeten.
      • Dag mevrouw, dag U
      • Onze verslaggever in de leegte.
      • Jaarwisseling 2020/2021
      • Duin
    • 2019
      • Driekoningen
      • Poëzie aan de Brink
      • Her-onthulling ‘Hallo’
      • Langs brede rivieren
      • Boek voor Jan
      • Lezen uit ‘De Mei’
      • Op een wandeling een woord
      • Oranjesingel 42
      • Het Benedenstadslied
      • Valentijn veertig
      • De 24 uur van Nijmegen
      • Heuvellezing
      • 3 Oeverfestival 2019
      • Dichter op het zand
      • Cultura Persingen
      • Ik wou dat ik een vogel was
      • Try-out
      • Write for rights
      • Afscheidsdienst Robert Terwindt
      • Ik blijf ven hem dromen
    • 2018
      • Documentaire /St. – Petrusschool Boxtel
      • Presentatie ‘Gebroken Wit’ in Boxtel
      • Springlevend 024
      • ‘Dichter tegen de tijd’
      • ’t is Koers
      • Bezoek MUBO te Boxtel
      • Opening van De Bastei
      • Klinker & Medeklinker
      • Dichters in de tuin 2018
      • De eerste dag
      • Tussen land en water
      • De vrouwen van Ad Willemen
      • Overlijden Jeanne van de Laar
      • Viering 80ste verjaardag op 6 oktober 2018
      • Project Kunst van het samenleven
      • As en diamant
      • Vluchtelingen in de stad
    • 2017
      • Eerste Heumense dorpsdichter
      • De Tuimelaar
      • De Waal / Bewogen
      • Poëziediner in De Villa
      • Tuin de Villa
      • In de kring van de menselijke warmte
      • ‘Bezoeken’ in vertaling
      • Nabij Orgosolo
      • Dichters in de tuin No 2
      • Dichters van poëziepuntgl
      • De Herfst van Hawinkels
      • Magda Buckinx: Heb mij lief
      • De vrouwen van Terwindt
      • Heimwee naar huiswerk
      • Brabant, literaire reis door de tijd
      • Heropening Poëzieroute Boxtel
      • Braam
      • Aandenken De Berendonck
      • Op klaarlichte nacht
    • 2016
      • Mij. Ned. Letteren 250 jaar
      • Nacht van de Mystiek
      • Vroom, frivool, Vilein
      • Dichters uit de bundel
      • Mag ik je omarmen?
      • Ilja Leonard Pfeijffer
      • Fado
    • 2015
      • achter de Karmel 2015/4
      • Liegen op een hoger plan
      • Achter de Karmel
      • Rembrandt van Rijn
      • Omtrent Vincent
      • Recital Kasteel Stapelen
      • Seizoenen van het Leven
      • Gedichten voor Mannen
      • Poëzie voor vrouwen
      • Voorleesgedichten uit ‘De Sandwich’
      • Dommeltheater
      • Onderhoud
      • Herdenking Bevrijding Boxtel
      • Een leven in gedichten
      • Nieuw Groot Verzenboek
      • Blogspot Laurens Jz. Coster
      • Zeventienmaal Humor in Haiku’s
    • 2014
      • Poëzieroute Ravenstein
      • Neem mij
      • De Droomschool
      • Septentrion
      • De trein schrijft liedjes van verlangen
      • Moederlief
      • Titus Mysticus
      • Rivieren langs de verzen
      • Achter de Karmel
      • Gelderland
      • De 100 mooiste wielergedichten
      • Aan de laatste roker
      • Literatoren uit het Erasmusgebouw
      • Het huis
      • Kaarsenfeest voor de Kerst
      • Gezond Nieuwjaar
      • Zie hem
    • 2013
      • Van Hugo Claus tot Ramsey Nasr
      • DichtSlamRap
      • De scheurkalender van de poëzie 2013
      • Poëziekrant
      • Bijenleven
      • Ansichtkaart van Wercheren
      • 100 jaar Dekkerswald
      • Avenue
      • Zie ons aan
    • 2012
      • Optreden Stedelijk Netwerk Nijmegen
      • Plaquette De Kom
      • Een ons gedicht alstublieft
      • Wachten op de nacht
      • Afscheid Anky Marijnissen
      • De eerste eeuw van Boon
      • Brabant Cultureel
      • Brabant Cultureel
      • Gedicht van de dag
      • Annonce
      • Dagkalender van de poëzie
      • Vuilniszakken
      • De Nederlandse poëzie in pocketformaat
    • 2011
      • Nachtbloem
      • Dag van het Management assistent
      • Hoe zie jij de toekomst?
      • Slachtoffers brand Boxtel
      • Verzetsmonument Boxtel
      • Water en vuur VII
      • Poëzieroute Boxtel – Liempde
      • De dichter ontdekt
      • De Nacht wacht…
      • Met belgerinkel naar de winkel
      • De vier Jaargetijden
      • De vier jaargetijden
      • Boem Paukeslag!
    • 2010
      • De Brakke Hond
      • Tijd is niks, Plaats bestaat
      • Afscheid Willem Huberts
      • Olifant in Boa
      • De wierde van Wierum
      • Actief in het Nijmeegse verzet
      • De bruiloft van Kana
      • Eek! Een gedicht!
      • Gedichtendag Oss
      • Ik en de Ander
    • 2009
      • Boxtelse mop
      • Geheime deur
      • Anton Korteweg uitgezwaaid
      • Omnivoor
      • Landkunst in het Groene Woud
      • 100 jaar St.-Petrusschool
      • Schijndel belicht en gedicht
      • Ecce Nobel
      • Poëzie & beelden
      • Groen Juweel Westerwolde
      • Heimwee
      • Dicht!
      • L x B x H (x t)
      • Groot Verzenboek
      • Stadsdichters bijeen
      • Zwaan kleef aan
      • Blauwe Boeddha
      • Sinterklaas
      • De tuinscheurkalender 2009
      • Memorandum
      • Allerheiligen / Allerzielenconcert
      • Op reis
    • 2008
      • 10 jaar Tuingeluk
      • Poëzie-Wandelroute te Schoten
      • Vondelfestival Bottendaal
      • Medisch Centrum Sint Anna
      • Luister – Rijk – Kijken
      • De 100 beste gedichten van 2008
      • Honderd zoenen
      • Vakwerk
      • Nacht
      • Witheid
      • Het huis herinnert zich mij
      • Ik schreef het toch
      • Met het oog op morgen
      • Sta op en loop
      • Gevangen met pen & penseel
      • Vrije val
      • City guide Nijmegen
      • Lux
      • Hallo
      • Bethlehem
      • De Nijmeegse scheurkalender 2008
      • Uit het Noorden waait de muze aan
      • Boxtel…
      • Arnhem-Nijmegen
      • Geef me de tijd
      • M’n opa …
      • Verliefd, verloofd, getrouwd
    • 2007
      • Agenda 2007
      • De Nijmeegse scheurkalender 2007
      • Transparantie
      • Spanning
      • Transfiguratie
      • Vuilniszakken
      • Reislust
      • De laatste deur
      • De nieuwe tijd
      • De Tuin van Heden
      • Wie tijd bestrijdt
      • Darwin versus God
      • 100 Lekkere gedichten
      • Vers verpakt
      • Van geluk gesproken
    • 2006
      • Nieuw Letterkundig Magazijn
      • Kastanjegedichten
      • Verstild Nijmegen, Agenda 2006
      • De Nijmeegse scheurkalender 2006
      • Langenhuysen & Van Wezel
      • Dukenburg
      • Gevelbelettering bibliotheek Bergen
      • Hommage aan Wim Kol
      • Waar ik naar verlang vandaag
      • Een gedicht is zorgeloos zichzelf
      • Het liefste wat ik heb
      • Door de hand van Rembrandt
      • 25 jaar Nederlandstalige poëzie 1980-2005
      • Gedichten voor het hart
      • Ik ben in haar liefde geborgen
      • 100 Vaders
      • Ik blijf zijn kind, al word ik eeuwenoud
      • Dag mevrouw, dag u
    • 2005
      • Het witte huis
      • Agenda 2005
      • De 100 beste gedichten van 2005
      • Magisch realisme
      • Stapelen
    • 2004
      • Toonkunst
      • Een koud paradijs
      • Nooit te vangen met haar eigen pen
      • Navel van ’t land
      • Druif & Droesem
      • Dicht – Slam – Rap
      • Klotengedichten
      • Dichter aan huis 2005
      • Spiegel van de moderne Nederlandse en Vlaamse dichtkunst
      • Ook wij waren winnaars
    • 2003
      • De tuinscheurkalender 2003
      • Nooit te laat
      • Dichters in de Prinsentuin
      • Antwerpen
      • Den Haag
      • Kraaien verjagen
      • Schrijven over leven en dood
      • 10 Jaar Nijmegenprent
      • De geur van ieder seizoen
    • 2002
      • De 100 beste gedichten van 2002
      • Kennis der natuur
      • Bo
      • Zwanenzang
      • Zinnenstrelen
      • Het is vandaag de datum
      • De mooiste sonnetten van Nederland en Vlaanderen
      • Hoe wordt je halfopen mond gedicht
      • Route 65
      • Vereniging van Afvalverwerkers
      • Ouder
    • 2001
      • Seks, de daad in 69 gedichten
      • Hadjegedicht!?
      • Liefdeswerk
      • Vogelvrije fietser
      • Het geluid van de lente
    • 2000
      • Brabant, dichterlijk belicht
      • Hal werd Halte
      • De kosmos van Ted Felen
      • Het mooiste gedicht
      • Het Binnenste Buiten
      • Sterrengruis
      • Langzaam juichen
      • Het mooiste meisje van de klas
      • Nog één keer door die hoge gang
    • 1999
      • Blauwe reiger
      • De 100 beste gedichten van 1999
      • De houten gong
      • Familie duurt een mensenleven lang
      • Geluk dat kan wel jaren duren
    • 1998
      • Gedicht aan de reiziger
      • Kind
      • Novio reisverslag 1998
      • Ik draag je in mijn hart
      • Zeg zacht mijn naam
      • Koppermaandag prent Boxtel
    • 1997
      • Br.O.Nr.
      • Het slijt wel
      • Wevers
      • Nienke Haane
      • November
    • 1996
      • De vier jaargetijden
      • Niet te stelpen licht
      • Met gekleurde billen…
      • Soms raakt de zee van liefde verstild
      • Verlangen naar beter
      • Zij vonden de naam die zou blijven
    • 1995
      • Nieuwe Psalmen
      • Boxtel
    • 1994
      • Nieuw Wereld Tijdschrift
      • De Tielen kalender 1994
      • Geen dag zonder liefde
      • Poëtisch Bericht
    • 1993
      • Invers
      • Zee
      • Woorden voor Anton
    • 1992
      • Met de hand
      • De roes van dit moment
      • Gedichten 1992
    • 1991
      • Zie de stille minuut van de roos
      • Panorama Mesdag
      • Liefdesverklaring
    • 1990
      • Nacht van de poëzie
      • Achter gewone woorden
      • Poëtisch Jaarschrift 2
    • 1989
      • Groesbeek
      • Keerbergen en de poëzie in 1989
    • 1988
      • Gedichten 1988
    • 1987
      • Gedichten 1987
    • 1986
      • Gedichten 1986
    • 1985
      • Bankstel
      • Dichter bij Anne
      • Thuis een vreemdeling
    • 1984
      • WABO-Prijs voor woudpoëzie
      • Ik computer Ik mens
    • 1983
      • Levend en Wel
    • 1982
      • Kleine Avond Literair Café Nijmegen
    • 1981
      • Nijmeegse Inkt
      • Verwijderingen
  • Proza / Essay / Toneel
    • Commentaar bij De Onvoltooide
    • ’44 – ’24 Tekst voor tijdcapsule
    • Toespraak 5 mei 2024 bij Vrijheidsmaaltijd
    • Ode aan de Gelderse Poort
    • De horizon van Mathilde Lippens
    • Heb mij lief
    • De vrouwen van Terwindt
    • Rob Terwindt
    • koers
    • Klinker & Medeklinker
    • Hommage aan Ad Willemen
    • Afscheid van Jeanne, mijn tweelingzus
    • As en diamant
    • Heuvellezing in Vluchtheuvelkerk te Zetten
    • Afscheid Rob Terwindt
    • Mijn Brillen, een kleine fenomenologie
    • Levensbericht Wam de Moor
    • Dodenherdenking Boxtel 2016
    • Hoor je de zee?
    • Ommetje Dukenburg
    • Droevig feest
    • De Muze verleidt De Muze
    • Dichterlijk leven
    • Woningloze
    • Olifant in Boa
    • Inleidend woord bij ‘Sleet’
    • De Gelukkige Roofvogel
    • Van Vis tot Veldslag
    • Dieper dan de vingers
    • Een proces in de hersenen
    • De Boxtelse mop
    • Wat afwezig blijft
    • Vlaamse Tongen
    • Van oude mensen
    • Wie wij zoal waren
    • Toespraakje Karel de Groteprijs
    • Waalsprong
    • Rondom de Letterentafel
    • De lege plek van Bert Kooijman
    • De koe van Hoekstra
    • De rivier en ik
    • De Rebellenclub
    • Vincent en Marc en ik
    • Klaus van de Locht
    • Bij expositie Robert Terwindt 1
    • Bij expositie Robert Terwindt 2
    • Manja, een Bijbels spel
    • Keer dan het getij en schrijf!
    • Openingswoord Poëzieroute Ravenstein
    • Circuit des Souvenirs
    • De tuimelaar
    • De heumense dorpsdichter
    • Missen is bewaren wat je mist
    • Commentaar bij ‘De onzichtbare’
    • Naklank Philipp Kopachevski: Balboekje
    • Commentaar bij ‘De gelijktijdigheid der dingen’
    • Mijn Burgakker
    • Onthulling Visioen
    • Openingswoord bij expositie Clim van Swelm
  • Portretten
    • Petra Rouwendal
    • Gabi Rets
    • Theo Schuurman
    • Pasfoto
    • Riet van Gils
    • lepeltje, lepeltje aan de wand
    • Frits Sibille
    • Els Dinnissen
    • Theo Schuurman
    • stamhouder Max
    • Jos Engelaer
    • Hans Bol
    • foto uit de oude doos
    • Piet van Oers
    • Ad Merx
    • Schrijversportretten
    • Hans Brongers
    • Mireille Ligterink
    • Hetty Ermers
    • Geen daden maar woorden
    • Piet Hermans
    • Wim Bannink
    • Rob Pluijm
    • Siti Wahyuningsih
    • Maerten C.G. Verstegen
    • Harrie Lagarde
    • Divers
    • Koos Breukel
    • Fien Diepstraten
  • Mathilde Lippens/ Stella Napels
  • Stadsdichterschap Victor Vroomkoning
  • Diversen
    • Ander werk van Vroomkoning/ Walter de laar
    • Verzen voor Vroomkoning
    • De eros van…
    • Van Dale
    • Publicaties in Onze Taal
    • Scabreuze verzen
    • Liedteksten
    • Haiku
    • Emile Roemer
  • In opdracht / Op verzoek
  • Vertalingen
    • Dodemont
    • Stapelen
    • Het formaat van waterland
    • Bij verstek
    • IJsbeerbestaan
    • Vuilniszakken
    • Turning Tides
    • Enigma
    • Senja hari / Namiddag
    • Bijziend
  • Bloemlezingen
    • Publicaties in bloemlezingen
    • Een zucht als vluchtig eerbetoon
    • Ik raak je aan
  • Waardering
  • Onderscheidingen
    • Ridder in de Orde van Oranje – Nassau
    • TAALent
    • Publieksprijs Poëzie
    • Zilveren Kei
    • Pieter Geert Buckinx-Poëzieprijs
    • Literaire Prijs Harelbeke
    • Kunstprijs gemeente Lint
    • Poëzieprijs Blanka Gijselen
    • Poëzieprijs Haarlem
    • WABO-Prijs voor woudpoëzie
    • Pablo Nerudaprijs
    • Brabantse Letteren
    • Karel de Groteprijs
    • Kulturama Poëziewedstrijd
    • Poëziewedstrijd Keerbergen
    • Jules van Campenhoutprijs
  • Secundaire literatuur
  • Interviews / video / audio
    • 3-Oeverfestival 2020
    • Erik Reijnen Rutten
    • Poëzieroute Boxtel
    • Omroep Dommelland
    • Dolly Verhoeven
    • Nadine Ancher
    • Gedichtendag
    • Man bijt hond
    • Brabants Centrum
    • Verba
    • Poëziepuntgl
    • Dichtersnachten
    • Oost
    • Poëzieroute Ravenstein
    • Zondagnieuws
    • Dichters in de Prinsentuin
    • Sensor
    • De Gelderlander
    • De Gelderlander
    • Brabants Dagblad
    • Brabants Centrum
    • Treinreis
    • Vuilniszakken
    • Boxtel
    • De Gelderlander
    • Krakatau
    • Zutphense Koerier
    • Eenzame uitvaart
    • Meander
    • Poëziekrant
    • De Gelderlander
    • peter-brouwer.com
    • ANS-Online
    • decontrabas.com
    • Brabant Cultureel
    • Nederlands Dagblad
    • Bergense Courant
    • Tref Magazine
    • ‘Bookshelves’ Mark Kramer
    • Onthulling Stapelen
    • Bitterveld
    • Nooit meer slapen
    • Dommeltheater
    • Zag je onderweg het koren staan?
    • Met het oog op morgen
    • Nacht van de mystiek
    • Walhalla, Omroep Brabant
    • Podcast Witte Truffel
    • Lelijkheid Nijmeegse straatbeeld
    • Literaire Bakens Nijmegen, interview
    • Mens in wind en vuur
    • MEI van Herman Gorter
    • Heimwee, het spoor van Victor Vroomkoning
    • Voordracht bij expo Clim van Swelm
    • Lied voor MUBO
  • Links
  • – 2026 –
  • Click to open the search input field Click to open the search input field Search
  • Menu Menu

De lege plek van Bert Kooijman

Poëziekrant, jaargang 29, nr. 5, september-oktober 2005, pg. 20-24

We studeerden Nederlands M.O.- A in Tilburg, begin jaren’60. We, dat was een flink aantal jongemannen en – vrouwen, ook wat losgelaten zwarte nonnen die onder de melkbleke blikken en de ijskoude stem van P.C.Paarde-kooper leken te verstijven. Tussen ons in een wat oudere student, maar niet de eerste de beste want hij dichtte. Ik was vol ontzag voor de dichter wiens bundel ik weldra onder ogen kreeg: Koningin zwart van woede (1961) waar
ik weinig van begreep maar dat deerde niet, want de debuutbundel van Ben Marée was in het koortsige, hemelbestormende, associatieve en afwijkende jargon der illustere Vijftigers geschreven: dus hoefde ik er niet alles van te bevatten.
Marée schreef er in zijn toen al verzorgde handschrift nog iets voor me in:‘jagen naar het hart achter de verte’, een kleine wenk misschien voor als ik het niet helemaal begrijpen zou.
Ik benijdde deze dichter, want ik was zelf ook bezig met het schrijven van verzen nota bene als reactie op de Vijfti-gers. Aan een publicatie durfde ik niet denken. Weliswaar had ik in de schoolkrant van het Eindhovense St.-Joris-college wel eens een gedicht onder eigen naam afgeschei-den en me een pseudoniem aangemeten toen ik zijn roemruchte directeur Gerard Knuvelder en enkele leraren in een vers gestalte had gegeven, maar van een heuse tijdschriftpublicatie, laat staan een bundel, was ik nog ver verwijderd. Het pseudoniem zou ik nooit meer afleggen.

De dichter van Koningin zwart van woede wel, want in zijn volgende bundel, Rode gedichten, 12 jaar na zijn debuut, heet hij gewoon Bert Kooijman al kende ik hem als Ben; en tot op de dag van vandaag schreef hij zestien bundels onder die, zijn eigen naam. En altijd weer in het idioom dat van het begin af aan zo onvervreemdbaar van hem is, waarmee hij mij vanaf zijn debuut verbaasde, ontregelde, soms verblufte in hooggestemde, ontoegankelijke verzen:
‘Vrouw mooier om te vergaan, nu zij ritselt, / haar donkere boog spant van drift en zegt: /
maak mij jong, de witte mieren / in mijn botten wakker.‘ ( uit: Koningin zwart van woede)
Ik vond dat mooi, intrigerend, er ritselde iets in mijn lijf als ik het las, maar wat, ontging me. Het ging over erotiek, een vrouw, over iets dat er niet meer was, over smeu-lende resten die narookten. Het waren buitengewoon ernstige titelloze verzen, waar niet mee te spotten viel.

In 1983, 22 jaar na Kooijmans debuut, debuteerde ikzelf met de bundel De einders tegemoet terwijl Kooijman al weer met zijn zevende bundel kwam: Fossiel Bederf. In de titels waren we aan elkaar verwant, maar daarmee hield de gelijkenis op want mijn debuut bevatte anekdotische, toegankelijke gedichten, allerminst de ongenaakbare poëzie van Kooijman. Hij schreef een opdrachtje in zijn bundel: ‘Voor jou, om eens wat anders te lezen!’ Zeg dat wel! Soms begreep ik wat hij wilde zoals met een

prachtige zin als:’Eenmaal toch trek je/ mijn ledematen binnen,/ zo volkomen van vlees dat / je volledig eetbaar bent.’, maar de kwintessens van veel gedichten ontging me toch. Ik had hem om uitleg kunnen vragen, maar dat is nu iets wat je achterwege laat. Een gedicht is immers een Ding an Sich, moet zichzelf uitleggen, prijsgeven. Een dichter kan zich bovendien vergissen in wat hij zelf heeft opgeschreven; of hij heeft iets op willen schrijven wat er niet staat. Als je het hem toch vraagt, gaat hij parafraseren en dan is het gedicht niet meer wat het is, maar een stuk proza. Je weet uit eigen ervaring dat de dichter zijn vers het best verklaart door het op te lezen en daarna te zwijgen; een gedicht verklaart zichzelf, gaat open of blijft dicht. Die punten indachtig en omdat Kooijmans verzen voor mij op een kier bleven staan, besloot ik me op eigen houtje te verdiepen in het soort poëzie dat hij schreef.

Zijn bijna abstracte verzen zijn opgetrokken uit zogenaamd ‘hermetische’ taal die de toegang tot de oningewijde afsluit. Het woord ‘hermetisch’ is afgeleid van de naam Hermes Trismegístos, sinds de eerste eeuw na Chr. de Griekse naam voor de Egyptische maangod Thot, en gefingeerd auteur van een aantal populair-wijsgerige en astrologische geschriften, die lang invloed uitoefenden op mystiek en theosofie. De geheime leer van het hermetisme behelst een esoterische inwijding in het ware wezen van de wereld en de in haar verborgen

werkzame krachten. Wegens dat geheime karakter ge-bruikt men het begrip ‘hermetische’ poëzie in de beteke-nis van ‘ontoegankelijk’ of ‘ondoordringbaar, duister’.
De werkelijkheid zoals wij die ervaren, bestaat nauwelijks voor de hermetische dichter. De dichter ontwerpt zijn eigen werkelijkheid in het gedicht, een werkelijkheid die zelden verwijst naar de werkelijkheid buiten het gedicht, een werkelijkheid die als zinloos en leeg ervaren wordt. In een omzichtig, zeer persoonlijk spreken (eigenlijk zou je kunnen zeggen, in een zeer persoonlijk zwijgen) dat bewust duister is, spreekt de dichter zich uit. Samengevat: het hermetisch gedicht van Kooijman is een alleen voor ingewijden toegankelijk taalbouwsel, dat niet meer de werkelijkheid, ónze werkelijkheid weerspiegelt, maar een táálwerkelijkheid. Het is een persoonlijk uit symbolen bestaand hiëroglyfensysteem. De ontvanger, de lezer, moet het trachten te ontcijferen. En daartoe heb je een sleutel, soms een hele bos sleutels nodig.
Het gedicht is met de dichter zelf op zoek naar een nog onbekende, uit de taal los te weken werkelijkheid, overeenkomstig de bijbelse woorden: in den beginne was het woord dwz. dat iets eerst bestaat als het woord geworden is. En tegelijkertijd met de zoektocht naar de werkelijkheid is het een zoektocht naar waarheid. De filosoof Heidegger spreekt in dit verband van een ‘Lichtung des Seins’, als de lichtende plek waar de waarheid huist. De berucht hermetische dichter Paul

Celan spreekt van een open plek. Het gedicht is de open plek zelf waar waarheid aan het licht komt. Tot zover deze uiteenzettende zijsprong.

Behoorde ik, bevracht met al die theorie, nu tot de kleine groep ingewijden? Ik bedoel: had ik nu de sleutel tot Kooijmans poëzie in handen? De praktijk viel tegen; de gebruiksaanwijzing was dan wel in orde, maar de praxis, de ervaring ontbeerde ik kennelijk. Mijn op de anekdote gerichte, ironisch-realistisch dichterschap stond kennelijk het juiste begrip voor Kooijmans
diepzinnige maar cryptische taalwereld in de weg. Maar ik bleef mijn best doen.

In 1993 verscheen mijn 5e bundel onder weer een bijna Kooijmantitel: Oud Zeer, Kooijman zelf leverde zijn 9de bundel af: Een ring van rook met weer titelloze, streng tot één bundel geselecteerde gedichten, een gecomponeerde eenheid, zeker niet gedichten die toevalligerwijs gebundeld werden zoals dat in bijna al míjn bundels het geval was. Voor het eerst verontschuldigde zich de dichter op de flaptekst: ’Misschien is de taal (..) voor de lezer toch nog te zeer een ring van rook, een rookgordijn, dat eerst opengetrokken moet worden om de kerngedachte te ontdekken en te waarderen’ met als toegift in zijn vormelijke handschrift: ‘voor Walter, alias Victor, die

weet wat een bundel kust/ kost aan geestkracht en innerlijke pijn’. Een prachtige, tegelijk weer ondoorgrondelijke zin.

In 1998 verscheen Gedichten 1957 – 1997, een terugblik op 40 jaar dichterschap, een keuze uit 11 bundels. Kooijman selecteerde, althans in mijn visie, de minst hermetische gedichten, alsof hijzelf ook toegankelijker was geworden of misschien wel wilde zijn: Hij maakte de rekening voor zichzelf op: ‘Meer dan veertig jaren / spannen hun snaren / over de klankkast / van mijn alfabet.’, schreef hij. En: ‘Steeds donkerder spant het einde / zijn webben over mijn leven.’ En: ‘Water dat niet meer spiegelt, / klok die geen tijd meer vangt, / lied dat wordt gewurgd, / eer het spreken kon’. En: ‘Dit moet ik schrijven: / ik spreek als ik zwijg. (..) Dit moet ik zeggen: / ik zwijg als ik spreek.’
Vanaf zijn debuut – dat wordt in deze overzichtsbundel duidelijk – gaat het bij Kooijman om een dode geliefde, een geliefde dode, om de ontginning van een je, de toegesprokene, de afwezige, tegelijk om de ontginning van de taal, van taal, om iemand die bewaard moet in de poëzie. Ik citeer: ‘Zoals je was, toen je bleef, zoals je / blijft, nu je hier aanwezig bent, het / is tussen ons als taal: verleden tijd / die bestrijdt wat aanwezig schijnt.’

De dichter is op zoek naar een plek op de grens van spreken en zwijgen, zijn en niet-zijn.
Kooijman zoekt tijdens die zoektocht de grenzen op van het aanwezige, verstaanbare, de grens van het Niets van Heidegger, van het Zijn zonder meer.Uit een paar mot-to’s, citaten van dichters met wie Kooijman zich onge-twijfeld verwant voelt, zou je dat af kunnen leiden; het is overigens de enige handreiking die Kooijman doet, de rest moet de lezer zelf uitzoeken; wie bijvoorbeeld de je is.
Neem deze zin:‘Om te verschijnen, om zichtbaar te zijn/ in dit grijze morgenlicht, blad voor/ blad voor blad, heb ik je opgericht’. Je denkt meteen aan de poëzie van Gerrit Achterberg, ook niet wars van hermetisch jargon, en vervolgens: is Kooijman, als Achterberg, op zoek naar een mystieke vereniging? De je is de grote afwezige, maar in de taal, in de bedding van het vers, komt ze weer tot leven. Bijna wordt het woord vlees.
Hoe dan ook: de wereld van Kooijman is er een van taal, niets meer en niets minder. Met de buitenwereld, de werkelijkheid buiten het gedicht heeft hij hooguit een negatieve relatie.
Men vindt in zijn gedichten nauwelijks concrete aangrijpingspunten; er is geen decor; hij zit opgesloten in zijn gedicht en het gedicht in hem. Het is een dichten op leven en dood, spreken en zwijgen, het zijn en niet-zijn, het is een dichten naar de open plek waar hij kan blijven, of een ander, een geliefde vrouw, of mét haar samen?

De dode je, de dode geliefde, is een gat in de tijd; de dichter moet erover dichten, moet het gat dichten, wat niet wil zeggen, dat het lukt: ‘Ik ga onder je dood gebukt / en sla hem in mijn adem op./ Woord voor woord vermoord ik/ om je zichtbaar te maken./(..) Maar ik moet je dood verslaan / of mijn taal het wil of niet’. ‘Verslaan’ is hier dubbelzinnig: verslag doen van haar dood, en haar dood overmeesteren, misschien wel in de zin die Achterberg eraan gaf: tegen de dood in dichten, de dood even overwinnen en weer contact krijgen met de geliefde: ‘Omdat ik je niet meer vind / in ademnood, in hik of snik / tracht ik je op te sluiten /achter deze getraliede taal./ Je lichaam zonder verleden en / gesloten als een steen kan ik / wel strelen maar mijn adem is/ niet in staat je te bewegen.’ Kooijman móet schrijven, voor hem is er geen andere weg dan te dichten over Eros en Thanatos, de Liefde en de Dood, de Liefde ín de Dood, al weet hij dat al zijn pogen de geliefde tot leven te wekken tot mislukken gedoemd is. De poëzie is zijn lot, tegelijk zijn bron. Hij is ertoe veroordeeld. Ik weet bijna zeker, dat de dichter zelf nauwelijks weet wat hem dicteert, wat hem overkomt tijdens het dichtproces; hij is het instru-ment, in dienst van de taal die hem wordt ingefluisterd. Kooijman zei het een paar keer tegen mij toen hij de Moedercyclus uit mijn bundel Bij Verstek (2002) met enkele leesgroepen besprak: ‘wat een genade, dat je dit woord kreeg’ of in woorden van gelijke strekking.

Mijn extraverte, toegankelijke gedichten staken wel heel pover en lichtzinnig af tegen Kooijmans bijna heilige bedevaartsplaatsen die zijn verzen voor mij waren geworden. Ik vroeg me wel af, waarom hij ze telkens liet zien, die hermetische diamanten van hem want ze leken me toch vooral voor hem persoonlijk te flonkeren.
En dan verschijnt Grafgift in hetzelfde jaar dat mijn bundel Ijsbeerbestaan (1999) het licht ziet. En om elk misverstand uit te sluiten zet hij erin: ‘Voor mijn moeder, 9 april 1898 – 29 april 1935’. En voor mij apart: ‘Voor jou dit verlate moederboekje’ wetend dat ik ook al jaren over mijn moeder had gedicht, maar zo anders als hij. En hoe kon dat ook anders, want i.t.t. mij heeft Kooijman zijn moeder nauwelijks gekend, terwijl ik mijn concrete moeder 60 jaar in mijn leven wist. Op 67-jarige leeftijd kijkt hij terug op een moeder van wie hij het leven moet reconstrueren: ‘Je lichaam zonder verleden’ uit een vorige bundel wordt nu duidelijk: zijn moeder heeft voor hem geen verleden, hij moet het doen met foto’s en herinneringen van anderen. Het zijn 37 gedichten, evenveel als de jaren dat zijn moeder leefde, de moederfiguur, die tegelijkertijd de moeder-geliefde is. De dichter bleef het eeuwige kind dat de afwezigheid van de moeder als litteken ervaart.
Maar pas op! Het blijft natuurlijk een moeder van taal, evenals de ik niet een levende ik, bijvoorbeeld Kooijman, is; bevreesd als ikzelf altijd ben geweest, verband te leggen tussen het leven van een schrijver en diens product, zeker bij een hermetisch dichter als Kooijman, wil ik slechts duiden op een biografisch feit als mogelijke grond voor een poëtisch oeuvre, meer niet. Het blijven vérspersonages, daarbuiten bestaan ze niet.

Voor mij is Grafgift Kooijmans centrale bundel, de bundel waarin hij het toegankelijkst is in taal, tegelijkertijd het vrijmoedigst in zijn mededeelzaamheid, in beide opzichten anekdoti- scher, transparanter dan in welke van zijn bundels ook. De jij, de je, de geliefde dode, de dode geliefde, de afwezige in al zijn verzen, breng ik hiermee terug tot de moeder, de moeder- figuur, misschien zijn eigen, vreemd gebleven, bijna abstracte moeder. De moeder is het gat in de tijd, dat de dichter hooguit met taal kan vullen, met poëzie. ’(..) ik blijf woelen in de warme/ as van je lichtende aanwezigheid’. Omdat ze er niet meer is, blijft ze de lichtende aanwezige, prachtige paradox. Kooijmans poëzie is de plek waarin de moeder kan blijven, waar ze lichtend aanwezig kan zijn. Ik citeer de dichter Rutger Kopland: ‘Ga nu maar liggen liefste in de tuin, / de lege plekken in het hoge gras, ik heb / altijd gewild dat ik dat was, een lege / plek voor iemand, om te blijven’ ( ‘XIV ‘ uit: Een lege plek om te blijven). Koplands lege plek is Heideggers lichtende plek waar de waarheid oplicht, Paul Celans open plek: de poëzie.

Ik citeer nogmaals Kopland: ‘Het dwaalt, vloeit samen, valt uiteen, verdwijnt,/ en het herhaalt zich, alsof er steeds weer iets / moet worden gezocht, gevonden, verloren, gezocht, / alsof er steeds weer iets moet, iets moet zijn / voor het verdwijnt en daarna’( ‘Die kunst der fuge’ uit: Voor het verdwijnt en daarna)

Kooijmans poëzie is de lege plek van Kopland om daar zijn moeder, de moeder, in te leggen. Het gedicht, de lege plek, is de moeder en andersom. Moeder, 6 letters als poëzie. Door de hereniging met de moeder, die in en door het vers plaatsvindt, treedt de identificatie op van vrouw en gedicht; het gedicht is doel én middel van de hereniging; een vers schrijven is een vrouw dichten, de moeder dichten bij Kooijman, létterlijk: terug naar en in de moederschoot, tussen het Niets en het Zijn, tussen het zijn en het niet-zijn in. Zijn moeder is de lege bladzijde die hij moet trachten te vullen met zijn taal, wil zij (de moeder, de poëzie) kunnen overleven.
‘Dit wil ik je nog schrijven ‘, dicht Kooijman ‘ over de rand heen van je bed: / dat ik de taal van jouw leven / tot een verhaal wil weven / (..) En dat, (..) mijn mond jou eens / uit de klauwen van de dood / bevrijdt.’ Kooijman als Orpheus die zijn Euridice wil bevrijden uit het Schimmenrijk, dat het leven op aarde is. Maar zoals Orpheus faalde, weet ook de dichter dat het hem niet lukken zal: ‘Besef ik wie je was, / die armen om mij sloeg, / bloemen boende op / mijn huid, adem blies /op de ruit van je kind, / dag in, dag uit? (..) Kon ik jou maar / uit de doeken doen. / Maar ik sta hier nu / te kijk, vul met lege/ handen je afwezigheid.’ Achterberg in een nieuwe jas, kun je zeggen. In een eigen, ook streng jargon doet Kooijman verslag van een tot mislukken gedoemde onderneming: ‘(..) Mijn woorden/ kunnen niet meer klinken/ tot je begin (..) Wakker blijf ik/ in mijn bed van taal,/ waarvan ik eens de lakens/ met jou deelde. Maar geen letter/ uit je leegte die ik/ daar nog hoor!’
En: ‘Vanavond sluit ik je op/ in taal, zet daarin je bed, / leg je kleren klaar en breek/geduldig voor je komst/ het woord genade./ Ik meet je ledematen/ op tafel in woorden uit:/ hand, arm, vinger, been/ en zoveel tenen met daarover / huid. Daarmee voeg ik je bijeen.’

De moeder, de vrouw als getransformeerde, poëtische realiteit, ook de geïdealiseerde, schuldloze madonna. Door de geliefde, Das Ewig Weibliche, heen wordt de volle werkelijkheid van het zijnde zichtbaar, de diepte ervan, de eenvoud van het oorspronkelijke.
De existentiële leegte geconcretiseerd in een afwezige vrouwelijke verschijning.
Kooijmans menselijk bestaan is gebroken sinds de geboorte; de poëzie, die het dichtst de oorspronkelijke taal benadert, moet die gebrokenheid helen. De dichter verlangt naar de paradijselijke onschuld, onzondig leven, de haast embryonale geborgen beleefde eenheid, terug naar de moederschoot, tussen het zijn en het niet-zijn in.
In de metafysisch ingestelde verlossingslyriek, waartoe ik die van Kooijman reken, wordt de poging de Vrouw als incarnatie van de Liefde in het gedicht te vangen, gelijk aan de poging het volmaakte gedicht te schrijven, het goddelijke te grijpen. Zo worden vrouw, gedicht en God op één lijn gesteld. Het woord van de dichter is het eerste en laatste Woord.
De toegesproken je is zowel de moeder als de geliefde van de ik, als ook het door hem nagestreefde einddoel van zijn ethische, religieuze, mystieke of poëtische verlangen in een toestand van absoluut geluk, door eenwording met of schepping van zijn ideale evenbeeld, van God of van het volmaakte vers.

Ik vind Grafgift Kooijmans mooiste bundel, indrukwekkend eresaluut aan de geliefde moeder, de geliefde zonder meer, de poëzie ook. Eindelijk een doorzichtige bundel, een bundel die mij ook de sleutel gaf tot Kooijmans gehele oeuvre, al zal ik dat nooit helemaal kunnen vatten.
Maskerade, dat in 2002 verschijnt en in zijn lay-out sterk gelijkend op zijn debuutbundel, is een kleine echo van Grafgift. Het is weer dichten op leven en dood, vers na vers: ‘Hoe ik je uit moet vinden,/omdat je afwezig blijft./ Hoe de letters van je naam / zich ontkleden voor mijn ogen./ Hoe ik je vormen hier tracht in /te vullen met denkbeeldig vlees./ Hoe zij dan vals tot stof vergaan / of ongemeten in de rij gaan staan, / samen met gebaren, ontroostbaar / haast in hun vergankelijkheid’. En: ‘Wat van je leven overbleef:/ een foto, niet meer te dateren, /een glimlach, je kleren / in zwart bevroren’.
Al zijn bundels blijken moederalbums, poesiealbums van een dichterlijk kind. Poëziealbums die niet door anderen maar door hemzelf zijn volgeschreven, albums die nogal eens in eigen beheer, bijna bibliofiel, zijn uitgegeven, in kleine oplages want Kooijmans bundels zijn kleinoden, voor een klein publiek bedoeld, hij wil er eigenlijk geen afstand van doen.

En zoals dat in al zijn bundels het geval is, gaat het ook in Figuurlijk (2005) om wat níet meer is, om het Afwezige. De strak gestructureerde bundel van 40 verzen, verdeeld over 7 afdelingen waarin 7 figuren als schijngestalten / afspiegelingen van de dichter optreden, zet in met een motto van de Italiaanse dichter Eugenio Montale: ‘Genade voor wie niet weet dat het niets en het alles twee sluiers zijn van het Onuitspreekbare, genade voor wie het weet, voor wie het zegt, voor wie het niet weet en rondtast in het duister der woorden!’
In Kooijmans woorden, ik citeer uit de bundel:
‘Het was er en het was /er niet: de schim schoonheid / de loden last der jaren / en jij: vergeet mij niet. / Hij was er en hij is / er niet: met woede / tussen zijn tanden en wanhoop / in zijn eenzame handen./ Zij is er en zij was /er niet: met haar dure / streken en het betwiste/ bloed in haar dagen. / Het is er en het is / er niet: de jacht op de wolk / van de begeerte en jij: / ik vergeet je niet.’
In het dichterschap van Il grande poeta, zoals Nobelprijswinnaar Montale (1896-1981) werd genoemd, weerspiegelt zich dat van Kooijman, dat zich tot op heden in de luwte heeft afgespeeld. De wereld der dingen heeft voor hem een dubbele functie: enerzijds is zij een spiegel waardoor iets van een andere, onbekende, raadselachtige, werkelijkheid wordt weerkaatst, anderzijds vormt zij een obstakel waardoor hij onmogelijk dieper in de essentie van het bestaan door kan dringen.
Kooijman is als Montale een metafysisch tegelijk existentialistisch dichter; hij zoekt naar een waarheid (niet naar een God) die achter de fysische wereld ligt, hoewel hij weet dat hij niet zal vinden wat hij zoekt, doordat er altijd iets zal zijn dat bij die zoektocht naar waarheid in de weg staat. Montale noemt dit zoeken als ‘een lopen langs een muur met spitse stukken glas erbovenop’.
‘De dichter kan op één herinnering een hele wereld bouwen, hij kan haar organiseren en in overeenstemming brengen met een hem eigen levenswijze.’ aldus Montale. Bedoelt hij de herinnering aan een dode geliefde?, want evenals Kooijman heeft hij gedichten opgedragen aan een afwezige vrouwelijke gestalte. Die gedichten zijn, zoals in Kooijmans bundels, eigenlijk dialogen met de afwezige vrouw:
‘Mijn poëzie, zeggen ze, laat zich niet/ goed onderbrengen. Maar zij werd geschreven/ voor jou en is dus ergens thuis: bij jou,/ waar je ook bent geen vorm meer, enkel wezen./
Het vluchtig Al bezingen, zeggen ze, is/ het hoogste wat een vers vermag. Dat bliksem/ achter kan raken op een schildpad, daar/ willen zij niet aan. Jij alleen zag:/ stilstand verschilt niet van beweging, leegte/ heet volte, heldere hemel is gewoon/ de allerdunste wolk.’(‘Xenia I’ uit: Satura 1971).
Evenals Montales poëzie is die van Kooijman in feite illusieloos: zij gaat uit van de onmacht van de menselijke geest, de zinloosheid van het bestaan, de existentiële eenzaamheid van de mens. De dichter leeft in de wereld van het innerlijk, in een isolement, in het isolement van zijn verzen, het enige domein waarin hij zich teweer kan stellen. Afwezigheid, de afwezige, hét afwezige, verlies en vervreemding staan centraal: ‘achter mijn rug de kale/ leegte van ’t niets, beneveling met de angst eronder’, schrijft Montale maar het zou ook door Kooijman geschreven kunnen zijn. Hoewel de mogelijkheid tot ontsnapping uit ruimte en tijd voortdurend wordt geopend, blijft de dichter de gevangene van de hem bedreigende werkelijkheid. ‘Vraag niet om de spreuk die de werelden opent / maar om een lettergreep, knoestig en droog als een tak./ Slechts dit kunnen wij je zeggen vandaag: / dat wat wij niet zijn, dat wat wij niet willen.’(‘Vraag niet om het woord’uit: Inktvisbotten 1925).

Een zekere stoïcijnse berusting, een aanvaarden van het bestaan zoals het is, spreekt uit Kooijmans verzen; fatalisme dus, pessimisme zo men wil, maar een zacht pessimisme, soms verlicht door een sprankje hoop en verwachting, toch nog een splinter van de waarheid te ontdekken. Het gaat in zijn poëzie om de ‘condition humaine’, om het essentiële van mens-zijn, niet om het contingente. Vanuit een eigen, particuliere houding tegenover het leven, zegt zijn poëzie iets over menselijk leven in het algemeen, al is dat vaak niet in overeenstemming met dat van hem.
‘Daar ik vanaf mijn geboorte een complete disharmonie gevoelde ten aanzien van de realiteit om me heen, kon het niet anders of diezelfde disharmonie leverde ook het materiaal voor mijn inspiratie’ schrijft Montale, en is zo van toepassing op het dichterschap van Kooijman. ‘Het is evident’, zegt Montale,’ dat alle poëzie haar oorsprong vindt in een individuele crisis waar de dichter zich niet eens bewust van hoeft te zijn. Maar liever dan van een crisis zou ik spreken van een onvoldaanheid, een innerlijke leegte die, wanneer het zich uitpreken wil lukken, tijdelijk vervuld raakt.’ De lege plek om in te blijven.

Eugenio Montale was het grootste deel van zijn leven een notoir hermetisch dichter. Laat, toen hij 75 jaar oud was, schreef hij met Satura toegankelijke poëzie. Ik hoop dat Bert Kooijman, die bijna even oud is als Montale toen, even begrijpelijk en helder wordt, zodat ik de toegang tot volgende bundels met minder drempelvrees tegemoet kan treden.

Belangrijkste bundels van Bert Kooijman:

Koningin zwart van woede. Gedichten (1961)
(ps. Ben Marée)
Rode gedichten (1973)
Elementaire gedichten (1976)
Fossiel bederf. Gedichten (1983)
Oogopslag. Gedichten (1992)
Een ring van rook. Gedichten (1993)
Wat afwezig blijft. Gedichten (1996)
Gedichten 1957-1997 (1998)
Grafgift. Gedichten (1999)
Maskerade. Gedichten (2002)
Figuurlijk. Gedichten (2005)

Geraadpleegde werken:

Frans van Dooren, De poëzie van Eugenio Montale. Van metafysische symboliek tot maatschappelijke skepsis. In: De Revisor 1983, nummer 5, pg. 59- 63

Eugenio Montale, In deze tijd. In: De Revisor 1983, nummer 5, pg. 72- 81

Paul Celan. Gedichten. Keuze uit zijn poëzie met commentaren door Paul Sars en vertalingen door Frans Roumen. Ambo Tweetalige Editie, Baarn 1988

Rutger Kopland, Gedichten 1966-1999, Van Oorschot, Amsterdam 2000

Chrisjan Bremmers, Overgankelijkheid. Heideggers ontwerp van een fundamentele ontologie en de kwestie van de ethiek. Damon, Budel 2000

Albert Bontridder e.a.: Wat afwezig blijft. Benaderingen van de poëzie van Bert Kooijman. Kruispunt nr. 189, juni 2002

Eugenio Montale, Eindig. Late gedichten. Vertaald en ingeleid door Eva Gerlach. De Arbeiderspers, Amsterdam-Antwerpen 2002

zoek

Search Search
  • Biografie
  • Dichtbundels
    • Victor Vroomkoning, Dichter en dichter bij Nijmegen
    • Victor Vroomkoning Tachtig, Zijn mooiste gedichten/ Intiem bestaan, over de poëzie van Victor Vroomkoning
    • Gebroken Wit
    • Zag je onderweg het koren staan?
    • Vrije Val
    • Paren
    • Zo lief soms nog
    • Ommezien
    • Reislust
    • Dodemont
    • Stapelen
    • Het formaat van waterland
    • Bij verstek
    • Verloren spraak
    • IJsbeerbestaan
    • Lippendienst
    • Oud zeer
    • Echo van een echo
    • Klein Museum
    • De laatste dingen
    • De einders tegemoet
  • Bijzondere dingen
    • 2026
      • Lezen in De Bosduivel
      • Poëziemiddag in Boekhandel Roelants
      • Plaatsing van VISIOEN
      • Warme harten
      • Ted Felen en de kunst op Joachim en Anna
      • Expositie Clim van Swelm
      • Mise-en-scènes
    • 2025
      • Boxtel Vooruit! 100 jaar 1925 – 2025
      • Gedichten voor PcN
      • Va muren tot gevels
      • Overdracht in Poëziecentrum Nederland
      • Uitvaart Leo van Voorst
      • De natuurlijke stad
      • Bezoek geboortehuis Herman de Coninck
      • Er hangt iets van lente in de klas…
      • Liber Amicorum Wim van TIL
      • Onthulling ‘Visioen’
      • Labyrith Waalkade
      • Frits Sibille 80 jaar
      • Voordracht in MUBO
      • Een jaar voor de lens
      • Propria Cures
    • 2024
      • Afscheid Jan van de Bovenkamp
      • IK ZIE DE ZEE
      • GELDERLAND, leven & letteren
      •  TUINSCHEURKALENDER 2024
      • Heimwee, het spoor van Victor Vroomkoning
      • Afscheid Boudewijn Overdevest
      • Ode aan de Gelderse Poort
      • Rust, Nieuwsbrief Rustoord
      • Geen dag zonder lijn
      • Vroomkoning, dichter bij Nijmeegse harten
      • Oneindig is het land
      • Tijdcapsule
      • Oussama Diab
      • Gratis Vrijheidsmaaltijd
      • Boxtel tachtig jaar bevrijd!
      • Optreden in Boxtel
      • Begrafenis Cees Buiks
    • 2023
      • Hotel
      • Opening Poëzieplaats De Gruitberg + website
      • Station Nijmegen, na 17 november 1942
      • Naklank: Balboekje
      • In wind en vuur
      • docu Heimwee, het Spoor van Victor Vroomkoning
      • Radboud, Van harte gefeliciteerd!
      • Mei van Gorter in Dat Bolwerck
      • Wij zijn Luigi Coconelli
      • De schaatsers
      • Nijmeegs Luiletterland
      • De verhalen liggen op straat
      • Victor Vroomkoning, De Liefde, O, De Liefde!
    • 2022
      • Natuur
      • Laurens Jz Coster
      • Onthulling literair baken van Titus Brandsma
      • Literaire Bakens Nijmegen, interview
      • Ella van de Laar twee jaar
      • Eenzame uitvaart Rustoord
      • Ruggespraak
      • On my Doorstep
      • Handenvol donker
    • 2021
      • Interview Millingen
      • Daar waar de zee het land kust
      • Onverplicht
      • Literaire wandeling Nijmegen
      • Dichtersavond Millingen
      • Literaire wandeling Boxtel
      • Oorlogsgeweld in Ooijpolder
      • Mijn overbuurvrouw is een meeuw
      • Liber Amicorum Marijke Hanegraaf
      • Mijn favoriete gebouw in Nijmegen
      • Piersonrellen
      • Gabi Rets
    • 2020
      • Onthulling van ‘Oude huizen aan de kade’
      • Poëzieles in Dominicuscollege
      • Langs 6 gedichten op YouTube
      • Virtueel Omhelzen
      • Eén zwaluw maakt geen zomer
      • Bühne Special Noud Bles
      • Levensbericht Wam de Moor
      • Aandenken
      • Mr. Pieter Bocken 90 jaar
      • White Crow
      • Het Nijmegengevoel
      • Poëtische verkenningen
      • Festival Di-Vers 2020
      • 3-Oeverfestival
      • Sneeuw
      • De rug gestrekt tegen het vergeten.
      • Dag mevrouw, dag U
      • Onze verslaggever in de leegte.
      • Jaarwisseling 2020/2021
      • Duin
    • 2019
      • Driekoningen
      • Poëzie aan de Brink
      • Her-onthulling ‘Hallo’
      • Langs brede rivieren
      • Boek voor Jan
      • Lezen uit ‘De Mei’
      • Op een wandeling een woord
      • Oranjesingel 42
      • Het Benedenstadslied
      • Valentijn veertig
      • De 24 uur van Nijmegen
      • Heuvellezing
      • 3 Oeverfestival 2019
      • Dichter op het zand
      • Cultura Persingen
      • Ik wou dat ik een vogel was
      • Try-out
      • Write for rights
      • Afscheidsdienst Robert Terwindt
      • Ik blijf ven hem dromen
    • 2018
      • Documentaire /St. – Petrusschool Boxtel
      • Presentatie ‘Gebroken Wit’ in Boxtel
      • Springlevend 024
      • ‘Dichter tegen de tijd’
      • ’t is Koers
      • Bezoek MUBO te Boxtel
      • Opening van De Bastei
      • Klinker & Medeklinker
      • Dichters in de tuin 2018
      • De eerste dag
      • Tussen land en water
      • De vrouwen van Ad Willemen
      • Overlijden Jeanne van de Laar
      • Viering 80ste verjaardag op 6 oktober 2018
      • Project Kunst van het samenleven
      • As en diamant
      • Vluchtelingen in de stad
    • 2017
      • Eerste Heumense dorpsdichter
      • De Tuimelaar
      • De Waal / Bewogen
      • Poëziediner in De Villa
      • Tuin de Villa
      • In de kring van de menselijke warmte
      • ‘Bezoeken’ in vertaling
      • Nabij Orgosolo
      • Dichters in de tuin No 2
      • Dichters van poëziepuntgl
      • De Herfst van Hawinkels
      • Magda Buckinx: Heb mij lief
      • De vrouwen van Terwindt
      • Heimwee naar huiswerk
      • Brabant, literaire reis door de tijd
      • Heropening Poëzieroute Boxtel
      • Braam
      • Aandenken De Berendonck
      • Op klaarlichte nacht
    • 2016
      • Mij. Ned. Letteren 250 jaar
      • Nacht van de Mystiek
      • Vroom, frivool, Vilein
      • Dichters uit de bundel
      • Mag ik je omarmen?
      • Ilja Leonard Pfeijffer
      • Fado
    • 2015
      • achter de Karmel 2015/4
      • Liegen op een hoger plan
      • Achter de Karmel
      • Rembrandt van Rijn
      • Omtrent Vincent
      • Recital Kasteel Stapelen
      • Seizoenen van het Leven
      • Gedichten voor Mannen
      • Poëzie voor vrouwen
      • Voorleesgedichten uit ‘De Sandwich’
      • Dommeltheater
      • Onderhoud
      • Herdenking Bevrijding Boxtel
      • Een leven in gedichten
      • Nieuw Groot Verzenboek
      • Blogspot Laurens Jz. Coster
      • Zeventienmaal Humor in Haiku’s
    • 2014
      • Poëzieroute Ravenstein
      • Neem mij
      • De Droomschool
      • Septentrion
      • De trein schrijft liedjes van verlangen
      • Moederlief
      • Titus Mysticus
      • Rivieren langs de verzen
      • Achter de Karmel
      • Gelderland
      • De 100 mooiste wielergedichten
      • Aan de laatste roker
      • Literatoren uit het Erasmusgebouw
      • Het huis
      • Kaarsenfeest voor de Kerst
      • Gezond Nieuwjaar
      • Zie hem
    • 2013
      • Van Hugo Claus tot Ramsey Nasr
      • DichtSlamRap
      • De scheurkalender van de poëzie 2013
      • Poëziekrant
      • Bijenleven
      • Ansichtkaart van Wercheren
      • 100 jaar Dekkerswald
      • Avenue
      • Zie ons aan
    • 2012
      • Optreden Stedelijk Netwerk Nijmegen
      • Plaquette De Kom
      • Een ons gedicht alstublieft
      • Wachten op de nacht
      • Afscheid Anky Marijnissen
      • De eerste eeuw van Boon
      • Brabant Cultureel
      • Brabant Cultureel
      • Gedicht van de dag
      • Annonce
      • Dagkalender van de poëzie
      • Vuilniszakken
      • De Nederlandse poëzie in pocketformaat
    • 2011
      • Nachtbloem
      • Dag van het Management assistent
      • Hoe zie jij de toekomst?
      • Slachtoffers brand Boxtel
      • Verzetsmonument Boxtel
      • Water en vuur VII
      • Poëzieroute Boxtel – Liempde
      • De dichter ontdekt
      • De Nacht wacht…
      • Met belgerinkel naar de winkel
      • De vier Jaargetijden
      • De vier jaargetijden
      • Boem Paukeslag!
    • 2010
      • De Brakke Hond
      • Tijd is niks, Plaats bestaat
      • Afscheid Willem Huberts
      • Olifant in Boa
      • De wierde van Wierum
      • Actief in het Nijmeegse verzet
      • De bruiloft van Kana
      • Eek! Een gedicht!
      • Gedichtendag Oss
      • Ik en de Ander
    • 2009
      • Boxtelse mop
      • Geheime deur
      • Anton Korteweg uitgezwaaid
      • Omnivoor
      • Landkunst in het Groene Woud
      • 100 jaar St.-Petrusschool
      • Schijndel belicht en gedicht
      • Ecce Nobel
      • Poëzie & beelden
      • Groen Juweel Westerwolde
      • Heimwee
      • Dicht!
      • L x B x H (x t)
      • Groot Verzenboek
      • Stadsdichters bijeen
      • Zwaan kleef aan
      • Blauwe Boeddha
      • Sinterklaas
      • De tuinscheurkalender 2009
      • Memorandum
      • Allerheiligen / Allerzielenconcert
      • Op reis
    • 2008
      • 10 jaar Tuingeluk
      • Poëzie-Wandelroute te Schoten
      • Vondelfestival Bottendaal
      • Medisch Centrum Sint Anna
      • Luister – Rijk – Kijken
      • De 100 beste gedichten van 2008
      • Honderd zoenen
      • Vakwerk
      • Nacht
      • Witheid
      • Het huis herinnert zich mij
      • Ik schreef het toch
      • Met het oog op morgen
      • Sta op en loop
      • Gevangen met pen & penseel
      • Vrije val
      • City guide Nijmegen
      • Lux
      • Hallo
      • Bethlehem
      • De Nijmeegse scheurkalender 2008
      • Uit het Noorden waait de muze aan
      • Boxtel…
      • Arnhem-Nijmegen
      • Geef me de tijd
      • M’n opa …
      • Verliefd, verloofd, getrouwd
    • 2007
      • Agenda 2007
      • De Nijmeegse scheurkalender 2007
      • Transparantie
      • Spanning
      • Transfiguratie
      • Vuilniszakken
      • Reislust
      • De laatste deur
      • De nieuwe tijd
      • De Tuin van Heden
      • Wie tijd bestrijdt
      • Darwin versus God
      • 100 Lekkere gedichten
      • Vers verpakt
      • Van geluk gesproken
    • 2006
      • Nieuw Letterkundig Magazijn
      • Kastanjegedichten
      • Verstild Nijmegen, Agenda 2006
      • De Nijmeegse scheurkalender 2006
      • Langenhuysen & Van Wezel
      • Dukenburg
      • Gevelbelettering bibliotheek Bergen
      • Hommage aan Wim Kol
      • Waar ik naar verlang vandaag
      • Een gedicht is zorgeloos zichzelf
      • Het liefste wat ik heb
      • Door de hand van Rembrandt
      • 25 jaar Nederlandstalige poëzie 1980-2005
      • Gedichten voor het hart
      • Ik ben in haar liefde geborgen
      • 100 Vaders
      • Ik blijf zijn kind, al word ik eeuwenoud
      • Dag mevrouw, dag u
    • 2005
      • Het witte huis
      • Agenda 2005
      • De 100 beste gedichten van 2005
      • Magisch realisme
      • Stapelen
    • 2004
      • Toonkunst
      • Een koud paradijs
      • Nooit te vangen met haar eigen pen
      • Navel van ’t land
      • Druif & Droesem
      • Dicht – Slam – Rap
      • Klotengedichten
      • Dichter aan huis 2005
      • Spiegel van de moderne Nederlandse en Vlaamse dichtkunst
      • Ook wij waren winnaars
    • 2003
      • De tuinscheurkalender 2003
      • Nooit te laat
      • Dichters in de Prinsentuin
      • Antwerpen
      • Den Haag
      • Kraaien verjagen
      • Schrijven over leven en dood
      • 10 Jaar Nijmegenprent
      • De geur van ieder seizoen
    • 2002
      • De 100 beste gedichten van 2002
      • Kennis der natuur
      • Bo
      • Zwanenzang
      • Zinnenstrelen
      • Het is vandaag de datum
      • De mooiste sonnetten van Nederland en Vlaanderen
      • Hoe wordt je halfopen mond gedicht
      • Route 65
      • Vereniging van Afvalverwerkers
      • Ouder
    • 2001
      • Seks, de daad in 69 gedichten
      • Hadjegedicht!?
      • Liefdeswerk
      • Vogelvrije fietser
      • Het geluid van de lente
    • 2000
      • Brabant, dichterlijk belicht
      • Hal werd Halte
      • De kosmos van Ted Felen
      • Het mooiste gedicht
      • Het Binnenste Buiten
      • Sterrengruis
      • Langzaam juichen
      • Het mooiste meisje van de klas
      • Nog één keer door die hoge gang
    • 1999
      • Blauwe reiger
      • De 100 beste gedichten van 1999
      • De houten gong
      • Familie duurt een mensenleven lang
      • Geluk dat kan wel jaren duren
    • 1998
      • Gedicht aan de reiziger
      • Kind
      • Novio reisverslag 1998
      • Ik draag je in mijn hart
      • Zeg zacht mijn naam
      • Koppermaandag prent Boxtel
    • 1997
      • Br.O.Nr.
      • Het slijt wel
      • Wevers
      • Nienke Haane
      • November
    • 1996
      • De vier jaargetijden
      • Niet te stelpen licht
      • Met gekleurde billen…
      • Soms raakt de zee van liefde verstild
      • Verlangen naar beter
      • Zij vonden de naam die zou blijven
    • 1995
      • Nieuwe Psalmen
      • Boxtel
    • 1994
      • Nieuw Wereld Tijdschrift
      • De Tielen kalender 1994
      • Geen dag zonder liefde
      • Poëtisch Bericht
    • 1993
      • Invers
      • Zee
      • Woorden voor Anton
    • 1992
      • Met de hand
      • De roes van dit moment
      • Gedichten 1992
    • 1991
      • Zie de stille minuut van de roos
      • Panorama Mesdag
      • Liefdesverklaring
    • 1990
      • Nacht van de poëzie
      • Achter gewone woorden
      • Poëtisch Jaarschrift 2
    • 1989
      • Groesbeek
      • Keerbergen en de poëzie in 1989
    • 1988
      • Gedichten 1988
    • 1987
      • Gedichten 1987
    • 1986
      • Gedichten 1986
    • 1985
      • Bankstel
      • Dichter bij Anne
      • Thuis een vreemdeling
    • 1984
      • WABO-Prijs voor woudpoëzie
      • Ik computer Ik mens
    • 1983
      • Levend en Wel
    • 1982
      • Kleine Avond Literair Café Nijmegen
    • 1981
      • Nijmeegse Inkt
      • Verwijderingen
  • Proza / Essay / Toneel
    • Commentaar bij De Onvoltooide
    • ’44 – ’24 Tekst voor tijdcapsule
    • Toespraak 5 mei 2024 bij Vrijheidsmaaltijd
    • Ode aan de Gelderse Poort
    • De horizon van Mathilde Lippens
    • Heb mij lief
    • De vrouwen van Terwindt
    • Rob Terwindt
    • koers
    • Klinker & Medeklinker
    • Hommage aan Ad Willemen
    • Afscheid van Jeanne, mijn tweelingzus
    • As en diamant
    • Heuvellezing in Vluchtheuvelkerk te Zetten
    • Afscheid Rob Terwindt
    • Mijn Brillen, een kleine fenomenologie
    • Levensbericht Wam de Moor
    • Dodenherdenking Boxtel 2016
    • Hoor je de zee?
    • Ommetje Dukenburg
    • Droevig feest
    • De Muze verleidt De Muze
    • Dichterlijk leven
    • Woningloze
    • Olifant in Boa
    • Inleidend woord bij ‘Sleet’
    • De Gelukkige Roofvogel
    • Van Vis tot Veldslag
    • Dieper dan de vingers
    • Een proces in de hersenen
    • De Boxtelse mop
    • Wat afwezig blijft
    • Vlaamse Tongen
    • Van oude mensen
    • Wie wij zoal waren
    • Toespraakje Karel de Groteprijs
    • Waalsprong
    • Rondom de Letterentafel
    • De lege plek van Bert Kooijman
    • De koe van Hoekstra
    • De rivier en ik
    • De Rebellenclub
    • Vincent en Marc en ik
    • Klaus van de Locht
    • Bij expositie Robert Terwindt 1
    • Bij expositie Robert Terwindt 2
    • Manja, een Bijbels spel
    • Keer dan het getij en schrijf!
    • Openingswoord Poëzieroute Ravenstein
    • Circuit des Souvenirs
    • De tuimelaar
    • De heumense dorpsdichter
    • Missen is bewaren wat je mist
    • Commentaar bij ‘De onzichtbare’
    • Naklank Philipp Kopachevski: Balboekje
    • Commentaar bij ‘De gelijktijdigheid der dingen’
    • Mijn Burgakker
    • Onthulling Visioen
    • Openingswoord bij expositie Clim van Swelm
  • Portretten
    • Petra Rouwendal
    • Gabi Rets
    • Theo Schuurman
    • Pasfoto
    • Riet van Gils
    • lepeltje, lepeltje aan de wand
    • Frits Sibille
    • Els Dinnissen
    • Theo Schuurman
    • stamhouder Max
    • Jos Engelaer
    • Hans Bol
    • foto uit de oude doos
    • Piet van Oers
    • Ad Merx
    • Schrijversportretten
    • Hans Brongers
    • Mireille Ligterink
    • Hetty Ermers
    • Geen daden maar woorden
    • Piet Hermans
    • Wim Bannink
    • Rob Pluijm
    • Siti Wahyuningsih
    • Maerten C.G. Verstegen
    • Harrie Lagarde
    • Divers
    • Koos Breukel
    • Fien Diepstraten
  • Mathilde Lippens/ Stella Napels
  • Stadsdichterschap Victor Vroomkoning
  • Diversen
    • Ander werk van Vroomkoning/ Walter de laar
    • Verzen voor Vroomkoning
    • De eros van…
    • Van Dale
    • Publicaties in Onze Taal
    • Scabreuze verzen
    • Liedteksten
    • Haiku
    • Emile Roemer
  • In opdracht / Op verzoek
  • Vertalingen
    • Dodemont
    • Stapelen
    • Het formaat van waterland
    • Bij verstek
    • IJsbeerbestaan
    • Vuilniszakken
    • Turning Tides
    • Enigma
    • Senja hari / Namiddag
    • Bijziend
  • Bloemlezingen
    • Publicaties in bloemlezingen
    • Een zucht als vluchtig eerbetoon
    • Ik raak je aan
  • Waardering
  • Onderscheidingen
    • Ridder in de Orde van Oranje – Nassau
    • TAALent
    • Publieksprijs Poëzie
    • Zilveren Kei
    • Pieter Geert Buckinx-Poëzieprijs
    • Literaire Prijs Harelbeke
    • Kunstprijs gemeente Lint
    • Poëzieprijs Blanka Gijselen
    • Poëzieprijs Haarlem
    • WABO-Prijs voor woudpoëzie
    • Pablo Nerudaprijs
    • Brabantse Letteren
    • Karel de Groteprijs
    • Kulturama Poëziewedstrijd
    • Poëziewedstrijd Keerbergen
    • Jules van Campenhoutprijs
  • Secundaire literatuur
  • Interviews / video / audio
    • 3-Oeverfestival 2020
    • Erik Reijnen Rutten
    • Poëzieroute Boxtel
    • Omroep Dommelland
    • Dolly Verhoeven
    • Nadine Ancher
    • Gedichtendag
    • Man bijt hond
    • Brabants Centrum
    • Verba
    • Poëziepuntgl
    • Dichtersnachten
    • Oost
    • Poëzieroute Ravenstein
    • Zondagnieuws
    • Dichters in de Prinsentuin
    • Sensor
    • De Gelderlander
    • De Gelderlander
    • Brabants Dagblad
    • Brabants Centrum
    • Treinreis
    • Vuilniszakken
    • Boxtel
    • De Gelderlander
    • Krakatau
    • Zutphense Koerier
    • Eenzame uitvaart
    • Meander
    • Poëziekrant
    • De Gelderlander
    • peter-brouwer.com
    • ANS-Online
    • decontrabas.com
    • Brabant Cultureel
    • Nederlands Dagblad
    • Bergense Courant
    • Tref Magazine
    • ‘Bookshelves’ Mark Kramer
    • Onthulling Stapelen
    • Bitterveld
    • Nooit meer slapen
    • Dommeltheater
    • Zag je onderweg het koren staan?
    • Met het oog op morgen
    • Nacht van de mystiek
    • Walhalla, Omroep Brabant
    • Podcast Witte Truffel
    • Lelijkheid Nijmeegse straatbeeld
    • Literaire Bakens Nijmegen, interview
    • Mens in wind en vuur
    • MEI van Herman Gorter
    • Heimwee, het spoor van Victor Vroomkoning
    • Voordracht bij expo Clim van Swelm
    • Lied voor MUBO
  • Links
  • – 2026 –

Contact

Victor Vroomkoning
vroomkoning@planet.nl

 

Uitgever

Singel Uitgeverijen/
De Arbeiderspers
Weteringschans 259
1017 XJ Amsterdam
020 760 72 10
www.singeluitgeverijen.nl
P.Nijssen@arbeiderspers

Website:

Studio ZOO
https://zoo.nl

© Copyright - VIctor Vroomkoning - Enfold Theme by Kriesi
Scroll to top Scroll to top Scroll to top